De historie van de A600’en van de NZH

Aan het begin van de jaren dertig bestelt de NZH nieuwe elektrische trams voor de lijn Haarlem – Leiden. De stoomtrams op deze lijn maken plaats voor moderne elektrische trams. De gemeente Haarlem stelt een merkwaardige eis aan normaalsporige elektrische trams: tramrijtuigen mogen niet langer zijn dan tien meter. De ingenieurs van de Haarlemse materieelfabriek J.J. Beijnes bedenken hiervoor een slimme en creatieve oplossing. Ze ontwerpen tien trams die elk zijn samengesteld uit twee rijtuigen van (circa) tien meter, maar die toch een geheel vormen. De trams hebben drie draaistellen en reizigers kunnen van de ene naar het andere rijtuig overstappen. Het zijn op dat moment de modernste gelede trams van West-Europa. De nieuwe tramrijtuigen krijgen de nummers A601/A602 tot en met A619/A620. Hiermee onderstreept de NZH nog eens dat het bij de trams om twee afzonderlijke rijtuigen gaat. Maar in feite gaat het om tien geleden tramrijtuigen.

A601-602_soendaplein_schoten

De splinterniuwe A601/602 is in afwachting van een proefrit. Remise Soendaplein, Schoten. December 1932.

De zogeheten tweeling-trams blijken een schot in de roos. Ze voldoen uitstekend. Tussen 1932 en 1949 rijden de A600’en vrijwel uitsluitend op de tramlijn van Haarlem naar Leiden en af en toe op ze Haarlemse stadstramlijn 1 van Schoten / Haarlem Noord naar Heemstede en Hillegom. Na de opheffing van de elektrische tramlijn door de Bollenstreek verhuizen de A600-trams naar de lijnen rond Leiden en Den Haag. Ze vervangen hier de oude trams uit 1911, die inmiddels versleten zijn. Tussen 1949 en 1961 rijden de tweeling-trams op de lijnen van Leiden naar Katwijk en Noordwijk, en op de lijn Leiden – Den Haag. Een enkele keer rijzen ze ook in de zogeheten lokaaldienst tussen Voorburg en Scheveningen.

A600_scheveningen_1956

Op Prinsjesdag 1956 deed een enkele A600 met een aanhangrijtuig van het type B20 dienst op de lokaallijn van Scheveningen naar Voorburg-viaduct. Badhuisweg, Scheveningen, 18 september 1956.

Op donderdagavond 9 november 1961, twee dagen eerder dan officieel was aangekondigd, rijdt tweelingstel A619/A620 met aanhangrijtuig B15 voor het laatst van Leiden naar Den Haag en aansluitend als leeg materieel terug naar de tramremise Voorburg. Maandag 13 november volgden de laatste ritten vanuit Voorburg naar een terrein aan de Korte Vliet bij Allemansgeest te Voorschoten.
Een poging om de Tweelingen te verkopen aan de HTM voor de tramlijn Den Haag – Delft v.v. mislukt, omdat de HTM deze lijn op dat moment wil overdragen aan de WSM. Dit betekent dat alle A600-trams aan het eind van 1961, begin 1962, worden gesloopt.

De laatste A600 in actieve dienst, A619/620 rukt in op 9 november 1961.